Andere informatie en diensten van de overheid: www.belgium.be
Openaid

Hoe België zijn samenwerking met de actoren van de niet-gouvernementele samenwerking vernieuwt

Sinds meerdere decennia werkt België nauw samen met organisaties van het maatschappelijk middenveld — niet gouvernementele organisaties (ngo’s), federaties, universiteiten en sociale bewegingen — om duurzame ontwikkeling in al haar dimensies te ondersteunen. Deze samenwerking heeft tot doel economische kansen te creëren en tegelijk sociale rechtvaardigheid, klimaatrechtvaardigheid en mensenrechten te bevorderen, en een open civiele ruimte te versterken waarin het maatschappelijk middenveld zijn rol ten volle kan opnemen.
Ook vandaag blijft dit partnerschap met de actoren van de niet gouvernementele samenwerking (ANGS) een essentiële pijler van het Belgische ontwikkelingssamenwerkingsbeleid.

Een veranderende wereld, een samenwerking die zich aanpast

De internationale context evolueert snel: opeenstapeling van crisissen, geopolitieke spanningen, klimaatnoodtoestand en budgettaire druk. Deze ontwikkelingen nopen alle publieke actoren tot duidelijke keuzes over hoe zij handelen, om de impact en de geloofwaardigheid van het overheidsoptreden te vrijwaren.

Voor de periode 2027–2031 kiest België er dan ook voor om de samenwerking met de ANGS voort te zetten, maar deze tegelijk aan te passen aan deze nieuwe realiteit. Het doel is helder: de inspanningen sterker concentreren om duurzame resultaten te behalen, voortbouwend op de expertise, het engagement en de lokale verankering van de partnerorganisaties.

 

Inzetten op kwaliteit en professionalisering

Een eerste belangrijke evolutie betreft het verhogen van de professionele kwaliteitsvereisten. Publieke middelen moeten op een rigoureuze, transparante en resultaatgerichte manier worden beheerd. Daarom speelt accreditatie een centrale rol:  zefungeert als een kwaliteitslabel dat aantoont dat organisaties beschikken over degelijke en betrouwbare beheerssystemen.

De focus ligt op de kwaliteit van de interne structuren, de beheerscapaciteit en de opvolging van resultaten — en niet op de thematische inhoud of specifieke expertise van de organisaties. Deze aanpak versterkt zowel de impact van de acties, de rechtszekerheid als het vertrouwen van het publiek in de ontwikkelingssamenwerking.

 

Minder versnippering, meer impact

België kiest er ook voor om zijn samenwerking geografisch en thematisch sterker te focussen. In plaats van in een groot aantal landen en domeinen tegelijk actief te zijn, wordt de inzet geconcentreerd op een beperkter aantal partnerlanden en duidelijke prioriteiten.

Deze concentratie maakt het mogelijk om:

  • krachten te bundelen,
  • synergieën tussen actoren te creëren en te versterken,
  • een meer coherente en duurzame aanwezigheid te verzekeren waar de noden het grootst zijn en waar België over een erkende toegevoegde waarde beschikt.

Concreet krijgt deze aanpak vorm via Gemeenschappelijke Strategische Kaders (GSK). Binnen deze kaders bepalen de ANGS gezamenlijk hoe zij in een land of rond een thema willen samenwerken. De overheid keurt deze kaders goed om de globale samenhang te waarborgen, maar laat daarbij ruimschoots ruimte voor de dynamiek en creativiteit van het maatschappelijk middenveld.

Op 15 maart heeft de minister besloten om 28 geografische GSK’s goed te keuren, goed voor 28 landen die samen minstens 90% van het budget van de niet‑gouvernementele samenwerking zullen bestrijken. Daarnaast komen er nog twee thematische GSK’s, respectievelijk rond Waardig Werk en Hoger Onderwijs en Onderzoek.

 

Strakker afgebakende financieringsregels

Omdat de financieringsaanvragen groter zijn dan de beschikbare middelen, evolueren ook de subsidieregels voor programma’s. De financiering zal in toenemende mate afhangen van:

  1. de kwaliteit van de voorgestelde programma’s;
  2. hun aansluiting bij de prioriteiten van de Belgische ontwikkelingssamenwerking.

Programma’s die niet aan een voldoende kwaliteitsniveau beantwoorden, kunnen niet worden gefinancierd. Daarnaast wordt een voorafgaand budgettair kader ingevoerd: organisaties kennen vanaf het begin de beschikbare financiële marges waarbinnen zij hun voorstellen kunnen uitwerken.

In een context van moeilijke budgettaire beperkingen voor de hele sector wil deze aanpak de administratieve last verlichten en onrealistische verwachtingen of teleurstellingen aan het einde van het proces vermijden.

 

Keuzes maken, met respect voor de partners

Deze evoluties doen geen afbreuk aan de essentiële rol van de ANGS — integendeel. Ze zijn erop gericht het partnerschap te versterken in een omgeving met beperkte middelen en steeds complexere internationale uitdagingen.

De boodschap is dan ook niet “minder ANGS”, maar beter samenwerken: met duidelijkere prioriteiten, meer focus en hoge kwaliteitsvereisten. Alleen zo kunnen Belgische en lokale partners samen blijven bouwen aan duurzame veranderingen, met een maximale maatschappelijke meerwaarde, in België en elders in de wereld.